Landschap en traditie van snoeihoutverbranding
Het landschap in Noordoost‑Friesland en vooral in de Noardlike Fryske Wâlden bestaat uit veel boomsingels, elzensingels en houtwallen. Deze elementen zijn belangrijk voor de cultuur en de natuur in het gebied en bepalen het karakter van het coulisselandschap. In dit gebied is het al jarenlang gebruikelijk om snoeihout dat vrijkomt bij het beheer te verbranden.
Nieuwe situatie sinds de Omgevingswet
Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is er op het gebied van milieu veel veranderd. Het verbranden van snoeihout uit landschapsbeheer wordt nu gezien als een milieubelastende activiteit. Ook als dit niet onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) valt. Gemeenten gingen er eerst van uit dat snoeihout uit landschapsbeheer als bedrijfsafval moest worden gezien.
Onderzoek naar de juiste afvalcategorie
Inmiddels is duidelijk dat dit mogelijk anders ligt. Er wordt onderzocht of snoeihout uit landschapsbeheer altijd bedrijfsafval is. Of dat het in sommige gevallen ook huishoudelijk afval kan zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn wanneer het hout afkomstig is van een particulier huishouden. In beide gevallen geldt dat verbranden alleen mag als kan worden uitgelegd dat dit niet schadelijk is voor het milieu.
Verschil in bevoegd gezag
Het verschil tussen bedrijfsafval en huishoudelijk afval is vooral belangrijk voor wie de beslissing mag nemen.
- Bedrijfsafval: de omgevingsdienst (FUMO) beslist over een Bal‑vergunning. Deze vergunning wordt alleen gegeven als er geen andere manieren zijn om het hout te verwerken
- Huishoudelijk afval: het college van B&W mag zelf een ontheffing geven op basis van artikel 10.63 van de Wet milieubeheer, samen met de regels in de APV. Het beoordelingskader lijkt inhoudelijk op dat van een Bal‑vergunning. De FUMO is hierbij niet betrokken
Overgangstermijn tot 1 januari 2027
Op dit moment is juridisch en beleidsmatig nog niet duidelijk of snoeihout uit landschapsbeheer als bedrijfsafval of als huishoudelijk afval moet worden gezien. Daarnaast wordt onderzocht welke alternatieven er zijn voor het verbranden van snoeihout. Daarom is de overgangstermijn verlengd tot 1 januari 2027. Deze extra tijd is nodig om de regels helder te krijgen en om te onderzoeken welke andere verwerkingsmethoden mogelijk zijn.
